Klacht deurwaarder
Deurwaarders kennen ieder een eigen klachtenprocedure. Meestal staat deze omschreven in de algemene voorwaarden. Het omvat bijvoorbeeld het schriftelijk kenbaar maken van de klacht, waarna deze door het kantoor van de deurwaarder behandeld wordt.

Toch kan het voorkomen dat een klacht naar het oordeel van de klager niet naar behoren is behandeld. In dergelijk gevallen kan de klacht (schriftelijk) voorgelegd worden aan de Kamer van Gerechtsdeurwaarders. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders is een college dat op grond van de Gerechtsdeurwaarderswet het tuchtrecht uitoefent over gerechtsdeurwaarders. Iedere gerechtsdeurwaarder valt onder dit tuchtrecht.

Een gerechtsdeurwaarder is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens de gerechtsdeurwaarderswet gegeven bepaling, of ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt (de zogenaamde tuchtrechtelijke norm). De Kamer toetst de ingediende klachten aan deze norm.  Aan het indienen van een klacht bij de Kamer zijn geen kosten verbonden.

Naar gelang de klacht beoordeelt de Kamer van Gerechtsdeurwaarders deze. Zo kan de voorzitter deze geschikt vinden voor minnelijke schikking, afwijzen, of door de kamer laten behandelen.

Minnelijke schikking: zowel kamer als betrokken deurwaarder worden opgeroepen om de zaak te bespreken en tot een schikking te komen.

Afwijzen: wanneer de voorzitter de klacht ongegrond, niet-ontvankelijk of van onvoldoende gewicht vindt, wijst hij deze af.

Door de kamer laten behandelen: de Kamer stelt eerst een onderzoek in, waarna de behandeling plaatsvindt in een openbare zitting. Wanneer deze de klacht gegrond vindt, kan de deurwaarder een maatregel worden opgelegd. Deze kan bijvoorbeeld bestaan uit een berisping, een geldboete, een schorsing of een ontzetting uit het ambt.