Vordering verkopen
Naast het proces van zelf een vordering incasseren, het uit handen geven van een vordering en deze door een incassobureau laten incasseren, het starten van een gerechtelijke procedure via een advocaat en het laten uitvoeren van de executiefase door een deurwaarder, bestaat er voor vorderinghouders tevens de mogelijkheid hun vordering te verkopen en hier direct liquide middelen voor te ontvangen.

Middels het verkopen van een vordering verkoopt de vorderinghouder zijn vordering op de schuldenaar aan een derde partij; de vorderingopkoper. Afhankelijk van het  risico vergoedt de vorderingopkoper de oorspronkelijke vorderinghouder een bepaald percentage van de nominale waarde.

Een vordering met een laag risicoprofiel (niet betwist door schuldenaar, maar niet betaald omwille van tijdelijke liquiditeitsproblemen. Op de balans van schuldenaar hebben de activa twee keer meer waarde dan de schulden) wordt dan bijvoorbeeld voor 90% van de nominale waarde verkocht, en een vordering waarbij het uiterst onzeker is of zelf in de executiefase voldoening mogelijk is (niet kredietwaardige onderneming die vordering betwist en meerdere schuldeisers kent) passeert door het hoge risicoprofiel voor 10% van de nominale waarde van eigenaar.

Middels een akte van cessie kan een vordering zonder tussenkomst van een notaris overgedragen worden. De vorderingopkoper incasseert de vordering vervolgens direct bij de schuldenaar. Het risico hieromtrent ligt volledig bij de vorderingopkoper.

Schuldeisers staan, wanneer de minnelijke fase geen soelaas biedt, voor een dilemma. Ze hebben een vordering, maar om een gerechtelijke procedure te starten dienen ze zelf liquide middelen op te geven omdat ze de proceskosten moeten voorfinancieren. Ook biedt de gerechtelijke fase ze nog geen zekerheid dat de vordering daadwerkelijk geïncasseerd kan worden. Het verhaalsrisico van de gerechtelijke procedure ligt bij de vorderinghouder. Het is dan ook dit dilemma dat schuldeisers naar een rekenmachine brengt. Voor iedere vordering is de netto contante waarde te berekenen. Qua waardecreatie is het belangrijk dat de optie die de meeste waarde creëert gekozen wordt. Wanneer vorderingverkoop een hogere netto contante waarde oplevert dan het zelf voortzetten van het incassotraject, doen vorderinghouders er goed aan hun vordering te verkopen.

Verdisconteerd met de tijdswaarde van kapitaal en de hoge vermogenskostenvoet van veel ondernemingen blijkt vaak dat het geboden percentage van de nominale waarde een hogere netto contante waarde kent dan voortzetting en voorfinanciering van een gerechtelijke procedure.

Het feit dat vorderingopkopers synergievoordelen ten opzichte van de vorderinghouder in de gerechtelijke fase hebben – ze hebben immers juristen in dienst wat goedkoper is dan wanneer een vorderinghouder zelf een jurist aan het werk moet zetten – werkt ook niet in het voordeel van vorderinghouders.

Het is de additionele uitstroom van liquide middelen door het voorfinancieren van de gerechtelijke fase, het verhaalsrisico, het gedoe en de afleiding van de core-business door het gerechtelijke proces  en het synergienadeel ten opzichte van vorderingopkopers dat er voor zorgt dat de netto contante waarde van het verkopen van een vordering voor vorderinghouders vaak hoger is dan het zelf incasseren van de vordering.